Ik herkende heel erg de gedachte: een drukverschil met de buitenwereld die gewoon doorleeft. Waarom is het wel/niet geoorloofd om verdrietig te zijn om de ziekte van je moeder waar je niet echt een goede band mee hebt? Ik snap goed dat de schrijver is geworden wie ze nu is door haar opvoeding en jeugd. Tegen de 300 pqgina's begint het fragmentarische me wat tegen te staan. Het is rauw, zo eerlijk, zo naakt. Erg knap dat je dit zo durft uit te brengen. Spit is 3 jaar jonger dan ik. Mooie Vlaamse woorden, zoals plooifiets. Ook wat (galgen)humor